Een belasting aan 309 procent, het zwaard van Damocles boven het hoofd van iedere vennootschap?

Een belastingaanslag van 309 procent … Velen hebben er misschien ooit in de verte iets vangehoord, maar voor de meeste vennootschappen bleef het (gelukkig) een ‘ver van mijn bed show’. In juli 2011 heeft de overheid echter een interne mededeling rondgezonden naar de controlekantoren, waarin zou staan (de mededeling werd niet gepubliceerd) dat deze aanslag veel strikter toegepast moet worden bij fiscale controles en dat een ‘a posteriori’ rechtzetting via rekening-courant niet mogelijk zou zijn. Kortom, voor veel vennootschappen leek de ‘ver van mijn bed-show’ opeens als een zwaard van Damocles boven hun hoofd te hangen …

De wetgeving

Waar gaat het nu net om?
In het Wetboek Vennootschappen stelt artikel 219 dat een afzonderlijke aanslag van 300 procent wordt gevestigd op onder andere1 voordelen van alle aard die niet worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave. Evenwel zal deze aanslag niet worden gevestigd als de belastingplichtige kan aantonen dat het voordeel begrepen is in een door de genieter ingediende belastingaangifte.

Concreet komt het erop neer dat indien uw vennootschap u een voordeel alle aard verstrekt dat niet wordt opgenomen op uw jaarlijkse inkomstenfiche en u dit inkomen ook niet spontaan aangeeft in de personenbelasting, uw vennootschap getaxeerd zal worden op dit voordeel en wel aan 300%, verhoogd met een crisisbijdrage van 9 procent.

Wat betekent dit voor u als ondernemer?

In essentie komt het erop neer dat als de vennootschap bepaalde private kosten draagt (denk met name aan restaurantkosten, reizen, aankoop van wijn en sigaren, inrichting van uw privéwoning) u als zaakvoerder een voordeel van alle aard verkrijgt dat in principe moet opgenomen worden op uw inkomstenfiche en belast moet worden in de personenbelasting.

Vroeger ging de fiscus nogal gemoedelijk om met deze kosten en waagden veel zaakvoerders het dan ook wel eens om bepaalde niet-beroepsmatige kosten niet spontaan aan te geven. Velen gingen namelijk uit van de veronderstelling dat bij controle de taxatie als voordeel van alle aard wel zou volgen en men dan nog maar even ver stond als had men het spontaan aangegeven (en het is dan ook nog niet gezegd dat u alle jaren controle krijgt …). Met de interne instructie van juli 2011 heeft de administratie echter korte metten gemaakt met dit gedoogbeleid en heeft ze alle controleambtenaren opgedragen om de aanslag van 309% toe te passen indien uit de boekhouding niet-aangegeven voordelen van alle aard zouden blijken. Als de vennootschap uw privéreisje van 2.000 euro betaalt en dit niet opgenomen wordt in uw aangifte in de personenbelasting, betekent dit in principe dan ook dat de vennootschap hier 6.180 euro belastingen moet op betalen. Kortom, het snoepreisje wordt dan wel een heel kostelijke aangelegenheid.

Zal het allemaal wel zo’n vaart lopen?

In eerste instantie heeft de fiscus het been stijf gehouden en erop gehamerd dat de aanslag van 309% stricto sensu moet toegepast worden op niet aangegeven voordelen van alle aard. De fiscale advocatenkantoren zagen in beginsel dan ook heel geregeld dergelijke zaken binnenkomen. Stel u bijvoorbeeld maar eens voor dat uw vennootschap de kost van de aanleg van uw privétuin ten bedrage van 10.000 euro heeft gefinancierd en u dan zo’n controleur ontmoet die de zaken strikt interpreteert en uw vennootschap een extra aanslag van om en bij de 31.000 euro voorschotelt … . Men zou voor minder al eens bij een advocaat te rade gaan.

In de praktijk zal de soep echter waarschijnlijk niet zo heet worden gedronken als ze opgediend wordt. Waarschijnlijk zal men namelijk- dreigen met de toepassing van de aanslag van 309%, teneinde (voor de fiscus) overbodige discussies of een aanrekening op de rekening-courant te vermijden. Gaat men als belastingplichtige akkoord met de vooropgestelde belasting van de voordelen in de personenbelasting, staat het ons voor dat de controleambtenaar hier waarschijnlijk weinig problemen mee zal hebben. Het hoeft echter geen betoog dat met een dergelijke aanslag in het vooruitzicht de onderhandelingsmarge voor de belastingplichtige enorm vernauwt … .

Naast het voormelde kunnen we daarenboven op vandaag al meedelen dat de Minister van Financiën op een parlementaire vraag heeft geantwoord dat een al te strikte toepassing van de aanslag aan 309 procent in veel gevallen niet gewenst is en het niet de bedoeling is om met een kanon op een mug te schieten. In veel gevallen zijn de gevolgen van een dergelijke aanslag namelijk buiten proportie ten aanzien van de overtreding, wat volgens de minister geenszins de bedoeling is of was.

Conclusie

Niettemin de fiscus midden dit jaar een verstrengde interpretatie van de regels inzake de aanslag van 309 procent aankondigde, liet de minister onlangs weten dat deze aanslag toch niet zo snel toegepast zal worden als gedacht en dat kleine inbreuken niet zullen bestraft worden met deze buitenproportionele aanslag. Ingevolge de interne nota is evenwel iedere controleur nu heel goed op de hoogte van deze wetgeving en men mag er dan ook zeker van zijn dat heel wat controleurs meermaals met deze wetgeving zullen zwaaien als er niet-aangegeven voordelen van alle aard blijken uit de boekhouding. De aanslag hangt dus niet als een zwaard van Damocles boven het hoofd van iedere vennootschap, maar weet wel dat de onderhandelingsmarge bij controle heel erg nauw wordt