SIGeDIS – DB2P – aangifte interne pensioenvoorzieningen

Normaal dienden tegen 31 december 2014 de intern aangelegde pensioenprovisies te worden aangegeven bij SIGeDIS – DB2P. De klanten die onderhevig zijn aan deze aangifteplicht werden reeds persoonlijk op de hoogte gebracht. Gezien de zeer omslachtige en erg onduidelijke aangifteprocedure heeft de overheid echter beslist om de aangiftetermijn uit te stellen naar 30 juni 2015.

In dit artikel vindt u een woordje uitleg over het hoe en waarom van deze databank. We duiden ook de fiscale consequenties indien de databank niet tijdig wordt aangevuld.

Wie zijn SIGeDIS en DB2P?

Beiden werden opgericht in 2006, waarbij SIGeDIS de VZW werd die de DB2P-databank op vraag van de politiek uit de grond zou stampen en zou beheren.

De politiek was namelijk de mening toegedaan dat aanvullende pensioenen een essentieel element vormen van enerzijds het beleid inzake human ressources en verloning, alsook van het pensioenbeleid in het algemeen. Teneinde een overzicht te krijgen van al deze pensioenkapitalen (of renten) werd er bijgevolg dan ook voor geopteerd om een ‘pensioendatabank’ op te richten die al deze gegevens zou centraliseren.

Zoals wel meer gebeurt in de politiek, was het (weer) sneller gezegd dan gedaan en de databank werd bijgevolg pas een 5-tal jaren later operationeel…

Waarom?

Het algemeen doel werd hierboven reeds kort verwoord en kan samengevat worden als de bedoeling om alle pensioenkapitalen in kaart te brengen en vanaf 2016 de burgers te informeren over hun pensioenrechten, wat op zich een nobel doel is.

Het is namelijk wel degelijk een feit dat werknemers heden ten dage steeds meer wisselen van werkgever en bijgevolg het spoor van hun (bij verschillende werkgevers) opgebouwde pensioenkapitalen soms eens bijster worden. Tot zover kunnen dergelijke initiatieven enkel worden toegejuicht.

Evenwel vormt de databank voor de fiscus ook een aardig controlemiddel. Door het centraliseren van alle mogelijke pensioenkapitalen en –regelingen, kan ze namelijk met één druk op de knop nazien of:

  • de 80%-regel, zijnde de regel waarmee nagezien wordt of pensioenbijdragen fiscaal aftrekbaar zijn, nageleefd wordt;
  • de RSZ-bijdrage van 8,86 procent op door de werkgever gestorte aanvullende pensioenpremies correct berekend en gestort werd;
  • de bijzondere heffing van 1,5 procent (Wijninckxbijdrage) op stortingen van meer dan 30.000 EUR in het pensioencontract van bedrijfsleiders werd aangegeven en betaald.

De databank is dus zeker niet enkel en alleen altruïstisch project van de overheid om de burger te informeren, maar (laat ons een kat een kat noemen) zeker ook een belangrijk fiscaal controle-element…

De interne voorziening en de deadline

Zoals gezegd is de databank intussen een drietal jaar operationeel, maar het invullen ervan is gefaseerd verlopen. Eerst kwamen de pensioenregelingen voor werknemers aan de beurt en vervolgens deze van de zelfstandigen. Gezien het aanleveren van de informatie echter voornamelijk een taak was voor de verzekeringsmaatschappijen kwamen belastingplichtigen en/of hun accountants hiermee maar weinig in aanraking…

Voor de interne, onderhandse pensioentoezeggingen zijn de vennootschappen echter zelf verantwoordelijk voor de aanvulling van de databank en dit onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat deze aanvulling in orde is voor 30 juni 2015 . Hier komen de vennootschappen (en hun accountants) dus wél op het toneel.

Oorspronkelijk was de deadline 31 december 2014, maar SIGeDIS heeft beslist deze met 6 maanden te verlengen, dit gezien de vele vragen over het indienen van de aangifte. De aangifteprocedure heeft namelijk een hoog Kafka-gehalte en kan bezwaarlijk transparant worden genoemd. SIGeDIS heeft aangekondigd de procedure duidelijker toe te lichten zodat de aangifte eenvoudiger doorgevoerd kan worden.

Wat moet er aangegeven worden:

  1. Alle intern gefinancierde pensioentoezeggingen, meer bepaald alle pensioenkapitalen die intern werden gevormd, zij het via een balansprovisie, dan wel via een bedrijfsleidersverzekering.
  2. Wat de voorzieningen betreft, moet het bedrag worden aangegeven, zoals het op het passief van de balans stond op het einde van het laatste boekjaar dat afsloot voor 1 januari 2012. Evenwel moet naast dit historisch bedrag ook het actueel bedrag worden vermeld.
    Hieruit kunnen we dus concluderen dat enkel de voorzieningen moeten worden aangegeven die op heden nog in de balans staan (en dus nog niet geëxternaliseerd werden), maar naast het actuele bedrag zal dus ook het bedrag moeten vermeld worden uit de balans van het boekjaar dat afsloot voor 01.01.2012.

Fiscaal gevolg

Last but not least… Teneinde de aangifteplicht te kunnen afdwingen, werd beslist om de fiscale aftrekbaarheid van de pensioenbijdragen afhankelijk te maken van de aanvulling van de databank.

Als de databank dus niet volledig aangevuld is, zou de werkgever dan ook de pensioenbijdragen niet meer fiscaal in rekening kunnen brengen. Omdat de verplichting tot aangifte echter op de schouders rust van de pensioeninstellingen en de sanctie door de vennootschappen zelf moet gedragen worden, bestaat er echter wel een verhaalrecht waarbij de vennootschappen dan de opgelopen sanctie kunnen verhalen op de pensioeninstellingen…

Opgelet: Voor de interne voorzieningen rust de verplichting tot aangifte wél bij de vennootschap zelf én bestaat de sanctie erin dat de uitkering volledig niet aftrekbaar is indien de overeenkomst niet werd aangegeven in de databank.
Het zal dus zaak zijn om deze voorzieningen voor 30 juni 2015 aan te geven, teneinde deze sanctie te vermijden…

Algemeen zouden we dus kunnen stellen dat de databank alle pensioenkapitalen onder één dak samen brengt. Hierdoor kan de fiscus eenvoudiger de toepassing van de fiscale regels betreffende deze pensioenkapitalen controleren, maar kan de overheid de burger beter informeren.
Aandachtspunt is dat de interne voorzieningen voor 31 december moeten aangegeven worden én dat de fiscale aftrekbaarheid in het gedrang komt als de aangifte niet tijdig of niet correct gebeurt.